2 dec. 2016

De Geelwangamazone

Dieren kunnen praten. Daar waren de mensen zeker van. Alleen wisten de dieren het nog niet. Maar daar was wel iets aan te doen. In de jaren zestig was overal iets aan te doen. Apen leerden gebarentaal, dolfijnen kregen computerles. Maar in de jaren zeventig wist men het niet meer zo zeker van dat praten en in de jaren tachtig zeker van niet.

Alleen Kees van Iterson gaf het niet op. Net als bioloog afgestudeerd, kreeg hij een gouden idee...
Waarom zou je geen dier nemen dat al woorden kent? Kees nam een papegaai. Een geelwangamazone. Geduldig leerde hij de vogel articuleren. Zo ver had een aap of journaallezer het nog nooit gebracht. Nu hoefde Polly alleen nog iets zinvols te zeggen, iets zelfbedachts. Hele gesprekken publiceerde Kees in wetenschappelijke bladen. Maar de taalkundigen bleven sceptisch. Was het wel taal? Begreep die vogel wel wat hij zelf zei? Uiteindelijk kwam Kees er achter dat er maar één criterium is of een dier echt spreekt: of het een goede mop kan vertellen. Anders heeft het praten toch geen zin. Wat heb je aan een gesprek met iemand zonder humor?

Gedesillusioneerd wierp Kees zich op ander onderzoek. Iets met genen. Daar wou hij op promoveren. Of beter, dat wou Ineke, zijn vrouw. Om hem te helpen was ze vanavond naar d'r zuster. Dan kon hij ongestoord aan zijn proefschrift werken. Maar daar zou weinig van komen die dag.

Nog voor Kees zijn eerste zin had opgeschreven, ontstak de geelwangamazone in een ongekend geouwehoer. Dat Polly lief was, zei Polly en a2 + b2 = c2. Een doek over de kooi hielp niet, bestraffend toespreken werkte averechts. Zo kon Kees niet werken. Hij voelde zich kwaad worden. Dat gevederd stuk onbenul, die mislukte feestkip; hoe kreeg hij die stoorzender stil? Toen herinnerde hij zich dat natuurprogramma waaraan hij in die studio had meegewerkt. Dieren die te druk of te zenuwachtig waren, werden domweg een tijdje in de ijskast gezet. Even afkoelen.

Kees had de groentela al in zijn hand. Die krop sla kon wel even op het aanrecht. Tegenstribbelend verdween Polly in de groentela, de groentela in de ijskast. De deur sloeg dof dicht. Het helse vogelgekrijs was nog goed te horen, maar niet lang. In een oase van rust ging Kees weer aan het werk. Dat vlotte goed deze keer. Vel na vel kwam uit de printer. Ineke zou tevreden zijn. Ineke? O help! Wat zou ze zeggen als ze de ijskast opendeed? Glad vergeten!

In de groentela lag Polly koud en stijf, als opgebaard. Zou hij nog leven? Hoe kom je daarachter? Waar zit bij een papegaai de pols? Wanhopig keek Kees om zich heen alsof hij hulp te verwachten had. Toen zag hij de magnetron. Ideaal om iets te ontdooien, had Ineke nog gezeurd. Kees legde Polly op het plateau, aarzelde even en zette toen het apparaat op 1 minuut. Lang genoeg om te beseffen wat hij deed. Een magnetron brengt de watermoleculen in je eten in trilling tot ze kokendheet zijn. Een papegaai bestaat voor tweederde uit water.

Na 44 seconden hield Kees het niet meer uit. Het deurtje zwaaide open. Daar lag Polly, zo op het oog ongedeerd, maar er was duidelijk een baklucht te bespeuren. Wel lekker eigenlijk. Toen Kees het dier als een baby in zijn amen nam, voelde hij zwak leven. Even gingen de oogjes open en er kwam zelfs geluid uit de snavel, zacht maar duidelijk verstaanbaar. `Koken kun je ook al niet.'


Toen viel het kopje achterover en werd het stil in de keuken. Heel stil. Tot Ineke thuiskwam.


(Uit: De Koeskoes en andere beesten, van Midas Dekkers, p.59. Dit boekje heb ik ooit van collega's gehad, volgens mij omdat ik toen heel veel extra werk had verricht)




* Meer over de geelwangamazone
* Filmpje geelwangamazone: Grappige Papegaaien Vervelende Katten
* Filmpje geelwangamazone: Lorreke aan het kletsen
* Filmpje geelwangamazone: Echt een slimme papegaai

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen